donderdag 26 april 2012

Overleven in de schaduw van Tsjernobyl



   Vandaag is het precies 26 jaar geleden dat de kernreactor van Tsjernobyl ontplofte en er een gigantische radioactieve wolk de atmosfeer in werd geblazen die in wijde omtrek dood en verderf zou zaaien.
   Al is het voor de herdenking van de ramp geen jubileumjaar en heb ik er vorig jaar al verschillende woorden aan gewijd, het kan geen kwaad er nog enige aandacht aan te besteden. De kernramp heeft diepe wonden geslagen in het leven van velen - nog dagelijks sterven er mensen aan de gevolgen van de destijds langdurige blootstelling aan radioactieve straling, o.a. in de vorm van schildklierkanker. Bovendien heeft de ramp in Fukushima vorig jaar laten zien dat ongelukken met kerncentrales nooit geheel zijn uit te sluiten.

   De reden dat Tsjernobyl zo veel slachtoffers heeft gemaakt - naar schatting 200.000 - is vooral ook gelegen in het feit dat de volle omvang van de ramp niet tijdig werd onderkend, deels werd doodgezwegen. Schoonmakers gingen aan het werk zonder deugdelijke bescherming en de evacuatie van het gebied kwam pas laat op gang.
   Nu 26 jaar later is het er nog steeds niet veilig en wordt er gewerkt aan een nieuwe overkapping van de ontplofte kernreactor om het gevaar voorgoed te bezweren. De directe omgeving van de centrale is in een omtrek van 30 kilometer tot verboden gebied verklaard, maar ook ver daarbuiten trokken de mensen weg uit angst voor besmetting, zijn de dorpen verlaten en maakt het gebied een troosteloze indruk.




   Niet iedereen verliet de plek des onheils. De meeste thuisblijvers moesten hun koppigheid met de dood bekopen.

   Ook enkele boerenfamilies in het dorpje Redkovka, 35 km van de ramp, weigerden huis en haard te verlaten - het alternatief om ergens anders een nieuw bestaan op te bouwen, boezemde meer angst in dan het gevaar van besmetting. De liefde voor elkaar en voor het land hield ze daar. Ze hadden op die plek al zoveel samen meegemaakt - de Tweede Wereldoorlog… deze ramp kon er ook nog wel bij.





   Vijf families volhardden in het taaie boerenbestaan en zagen kans in de schaduw van Tsjernobyl te overleven. Een klein winkeltje voorziet in de primaire levensbehoeften: vlees, brood en wodka. Aardappelen en groenten verbouwen ze zelf, eten ze van het besmette, maar hun nog altijd dierbare land.

   Fotojournalist Diana Markosian zocht ze op om hun levensverhaal op te tekenen in de vorm van een serie indringende portretten. De verweerde gezichten kunnen in deze desolate omgeving als iconen van menselijke saamhorigheid en onverzettelijkheid gezien worden.












.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen